Voor zwangere patiënten met een stoornis in middelengebruik (SIM) is over het algemeen dezelfde zorg geïndiceerd als voor patiënten die niet zwanger zijn, behalve dan dat de zorg zich richt op het welzijn van twee personen. Daarnaast worden vaak ook andere instanties betrokken en komt, wanneer er gevaar is voor de ongeboren vrucht, de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (WVGGZ) [1] in beeld. De WVGGZ regelt dat patiënten, ook als zij dit afwijzen, verplicht zorg geboden kan worden. Hiervoor moet worden aangetoond dat de zorg noodzakelijk is om te voorkomen dat de persoon zichzelf of iemand anders ernstig benadeelt. De WVGGZ vervangt hiermee de wet op bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) sinds 1 januari 2020. Hoewel beide wetten gedwongen zorg regelen, zijn er met betrekking tot SIM twee belangrijke wijzigingen opgetreden: de BOPZ zag SIM niet als geestesstoornis, de nieuwe WVGGZ wel, en ook de foetus wordt als ‘persoon’ erkent.