Ga naar de inhoud

Motivaties, barrières en behoeften rond stoppen met roken bij mbo-studenten tijdens Stoptober

Een verkennende studie

Roken en/of vapen onder mbo-studenten komt relatief vaak voor en vormt een belangrijk gezondheidsvraagstuk. Dit verkennend onderzoek, uitgevoerd tijdens de landelijke campagne Stoptober, had als doel inzicht te krijgen in de motivaties, barrières en behoeften die mbo-studenten die roken en/of gebruikmaken van e-sigaretten (vapen) ervaren bij het stoppen met roken.

Inleiding

Roken onder jongeren blijft een hardnekkig probleem en verdient blijvende aandacht. Het percentage mbo-studenten dat dagelijks rookt, daalde sterk tussen 2013/2014 en 2020/2021 (van 24,7% naar 13,1%), maar nam daarna weer licht toe tot 15,1% in 2023/2024, met name onder studenten jonger dan 18 jaar. Dagelijks roken komt het meest voor onder oudere studenten (21+) en het minst onder studenten jonger dan 18 jaar. Het gebruik van e-sigaretten is relatief hoog: in 2023/2024 gaf 27,2% van de mbo-studenten aan soms of dagelijks te vapen, waarbij het dagelijks gebruik licht is toegenomen [1].

Ondanks de daling in prevalentie blijft roken een belangrijk gezondheidsprobleem, vanwege de grote gezondheidsrisico’s en het verband tussen vroeg starten en langdurige verslaving en chronische ziekten op latere leeftijd [2]. Tegelijkertijd begint een aanzienlijk deel van de jongeren vóór het achttiende levensjaar; in 2023 lag de gemiddelde leeftijd waarop jongeren hun eerste sigaret roken op 13,4 jaar [3]. Dit is met name relevant voor mbo-studenten, die niet alleen vaker roken, maar ook op jongere leeftijd starten dan leeftijdsgenoten in andere onderwijsniveaus [4].

Internationaal onderzoek laat zien dat rookgedrag bij adolescenten sterk samenhangt met de sociale omgeving: vooral leeftijdsgenoten die roken vormen de sterkste voorspeller, terwijl ouders die roken zowel direct als indirect invloed uitoefenen [5]. Ook in Nederland wordt deze samenhang bevestigd. Jongeren beginnen vaker met roken wanneer zij worden blootgesteld aan rolmodellen die roken, zoals ouders, en wanneer roken voorkomt binnen hun vriendengroep, wat bijdraagt aan de normalisering van dit gedrag [6]. Eerder onderzoek laat zien dat stoppen met roken bij jongeren wordt beïnvloed door sociale invloeden, stress en nicotineafhankelijkheid/gewoontegedrag, waarbij zowel individuele als omgevingsfactoren een rol spelen [3-6]. Het beïnvloeden van rookgedrag bij jongeren vraagt om interventies die aansluiten bij de leefwereld van mbo-studenten en die rekening houden met persoonlijke en sociale factoren.

Stoptober is een landelijke, op wetenschappelijke inzichten gebaseerde campagne, die mensen stimuleert om gezamenlijk te stoppen met roken in de maand oktober [8]. De campagne richt zich op een brede doelgroep en is niet specifiek ontwikkeld voor mbo-studenten. Organisatie Landstede sloot hierbij aan met een korte vragenlijst onder mbo-studenten. De keuze om het onderzoek uit te voeren tijdens Stoptober hangt samen met de verhoogde aandacht voor roken en stoppen met roken in deze periode, waardoor het onderwerp onder mbo-studenten actueler en beter bespreekbaar is. Ook biedt het een logische koppeling met het onderwijs, waarin gezondheidsthema’s in deze maand gemakkelijker geïntegreerd kunnen worden, bijvoorbeeld tijdens de studieloopbaanbegeleiding. Dit onderzoek draagt bij aan bestaande literatuur door specifiek te focussen op mbo-studenten binnen de context van een onderwijsomgeving en een nationale stopcampagne, waarbij gebruik wordt gemaakt van open vragen om de beleving van mbo-studenten zelf centraal te stellen.

Het doel was inzicht te krijgen in barrières, motivaties en behoeften rond stoppen met roken, om handelingsperspectieven te formuleren voor onderwijs en begeleiding.

 

Onderzoeksvraag

Welke motivaties, barrières en behoeften ervaren mbo-studenten rond stoppen met roken tijdens de Stoptober-campagne?

Vanwege het verkennende karakter van dit onderzoek zijn geen specifieke hypothesen geformuleerd.

 

Materiaal en methoden

De enquête werd uitgevoerd van 22 september tot en met 13 oktober 2025, tijdens de Stoptober-weken. Op vier momenten in de grote pauze (12.00-13.00 uur) werden mbo-studenten van organisatie Landstede benaderd om deel te nemen. Alleen mbo-studenten die aangaven te roken en/of gebruik te maken van e-sigaretten werden uitgenodigd om de vragenlijst in te vullen, aangezien het onderzoek zich richtte op ervaringen met roken en (pogingen tot) stoppen. Er werden geen aanvullende inclusiecriteria gehanteerd met betrekking tot frequentie of duur van het rookgedrag; zowel mensen die incidenteel als mensen die dagelijks roken konden deelnemen. Daarnaast werd niet vooraf geselecteerd op de intentie om te stoppen met roken; ook studenten zonder stopwens konden deelnemen. Deelnemers ontvingen een gezonde smoothie als dank voor hun deelname.

De deelnemende mbo-studenten waren afkomstig uit de opleidingen Verpleegkunde, Sociaal Werk, Pedagogisch Werk en Dienstverlening & Maatschappelijke Zorg.

De vragenlijst bestond uit zes open vragen:

  1. Wat zou jou kunnen helpen om te stoppen met roken?
  2. Wat maakt het moeilijk om te stoppen?
  3. Wat vind jij van hoe school omgaat met roken?
  4. Wat zou een goede beloning zijn als je stopt?
  5. Hoe zou jij jongeren motiveren om te stoppen?
  6. Wat heb jij nodig om te stoppen met roken?

De keuze voor open vragen past bij de verkennende aard van dit onderzoek en bij het gedachtegoed van Positieve Gezondheid, waarin de nadruk ligt op dialoog en betekenisgeving [9]. De vragen sluiten aan bij eerdere literatuur over gedragsverandering bij stoppen met roken [6,10] en geven inzicht in persoonlijke en sociale factoren, de perceptie van de schoolomgeving en de rol van motivatie en beloning. In de vragenlijst werd gesproken over ‘roken’; hierbij is aan studenten mondeling toegelicht dat dit ook het gebruik van e-sigaretten omvatte.

Naast de schriftelijke enquête zijn korte gesprekken gevoerd om de antwoorden te verdiepen en context te bieden. Tijdens deze gesprekken werd gebruikgemaakt van een rookrobot – een klein demonstratieapparaat (ongeveer 20 cm) dat met behulp van een filter laat zien wat er in de longen terechtkomt bij het roken van een sigaret. Hiervoor werd een echte sigaret in het apparaat geplaatst en via een pompje (vergelijkbaar met dat van een bloeddrukmeter) ‘geïnhaleerd’. De rookrobot werd ingezet als mogelijke gespreksopener om het onderwerp roken concreet te maken. Studenten konden desgewenst een korte toelichting krijgen met behulp van de rookrobot, maar het gebruik ervan was geen voorwaarde voor deelname. De voorlichting werd verzorgd door een preventiemedewerker van Tactus, die uitleg gaf over roken. Zij ging in op wat roken met je lichaam doet, hoe je kunt stoppen en welke ondersteuning daarbij mogelijk is. Hierbij werd de rookrobot gebruikt om de effecten van roken visueel te maken.

De dataverzameling vond plaats op twee locaties, waar twee onderzoekers de vragenlijsten afnamen. Na het invullen van de vragenlijst werden korte gesprekken gevoerd. Deze gesprekken werden niet audio-opgenomen; de onderzoekers maakten korte notities ter ondersteuning van de interpretatie van de antwoorden. De gesprekken werden niet systematisch geanalyseerd, maar dienden ter contextualisering van de schriftelijke antwoorden.

De antwoorden uit de vragenlijsten en gesprekken zijn thematisch geanalyseerd op basis van de acht factoren van het CPHQ 2.0 [11-13]. Hierbij is een deductieve thematische analyse toegepast, waarbij de factoren fungeerden als vooraf vastgestelde categorieën. Antwoorden werden per factor geclusterd en samengevat in hoofdthema’s, geïllustreerd met representatieve citaten. De initiële codering werd uitgevoerd door één onderzoeker. Een tweede onderzoeker controleerde steekproefsgewijs de codering om de betrouwbaarheid te vergroten. Eventuele verschillen in interpretatie werden gezamenlijk besproken totdat consensus werd bereikt. Bij de analyse is gekeken naar de frequentie en herhaling van thema’s in de antwoorden, waarbij vaker genoemde thema’s als prominenter zijn beschouwd.

Deelname was vrijwillig en anoniem; studenten gaven mondelinge informed consent. Op basis van de aard van het onderzoek, waarbij geen sprake was van medische handelingen of opgelegde gedragsveranderingen, viel het onderzoek naar verwachting niet onder de reikwijdte van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO). Daarom is geen formele ethische toetsing aangevraagd. De data die dit onderzoek ondersteunen, zijn op aanvraag beschikbaar bij de auteurs.

 

Resultaten

De analyse is gebaseerd op 107 studenten die roken en/of e-sigaretten gebruiken (in totaal vulden 111 studenten de vragenlijst in; hiervan zijn 4 respondenten geëxcludeerd: 2 rookten niet, 1 bleek een docent te zijn en 1 had geen antwoorden ingevuld). Er zijn geen aanvullende demografische gegevens verzameld, zoals leeftijd, geslacht of rookgeschiedenis, waardoor geen verdere beschrijving van de steekproef mogelijk is. De ervaringen en gedachten van de deelnemers over roken en stoppen met roken variëren, maar vertonen duidelijke patronen. De resultaten worden hierna beschreven aan de hand van de acht factoren van het CPHQ 2.0. Zie ook Tabel 1.

Mentale ontspanning

Een aanzienlijk aantal studenten benoemt stress, onrust en verveling als belangrijke redenen om te blijven roken. Roken wordt vaak gezien als een manier om even rust te nemen of om iets te doen tijdens momenten van verveling. Zoals één student zei: “Roken helpt mij ontspannen.” Een ander gaf aan: “Verveling en stress maken het lastig.”

Daarnaast beschrijven sommige studenten lichamelijke ontwenningsverschijnselen of spanning als barrière: “Ik word onrustig als ik niet rook.” De behoefte aan alternatieven voor ontspanning komt slechts incidenteel naar voren, bijvoorbeeld in de vorm van bewegen of ademhalingsoefeningen.

Over het geheel genomen lijkt stress een rol te spelen, maar factoren als gewoonte en financiële overwegingen worden door studenten vaker genoemd in relatie tot hun rookgedrag.

Sociale acceptatie

De sociale omgeving blijkt een cruciale factor. Studenten geven aan dat het moeilijk is te stoppen als vrienden, ouders of collega-studenten blijven roken: “Dat mijn ouders stoppen, dat zou mij helpen.”

Ook beroepscultuur speelt mee: “In de zorg rookt bijna iedereen in de pauze. Als ik niet mee rook, sta ik er alleen bij.” Het zien van docenten of medestudenten die roken, werkt bovendien normbevestigend: “Als leraren roken, lijkt het gewoon normaal.”

De demonstratie met de rookrobot riep onverwachte reacties op: studenten gaven aan dat ze trek kregen in een sigaret en maakten opmerkingen als: “Jullie staan hier, maar roken zelf ook” of “Ik krijg zin in een sigaret als ik dat zie.”

Daarnaast viel op dat sommige studenten in eerste instantie afwerend reageerden zodra het gesprek over roken begon, bijvoorbeeld met opmerkingen die erop wijzen dat zij het onderwerp als persoonlijk ervaren, ondanks dat vooraf werd aangegeven dat deelname vrijwillig was en het gesprek een open karakter had. Wanneer het gesprek vervolgens een open en niet-sturende insteek had, ontstond vaak meer bereidheid om ervaringen te delen. Studenten die deelnamen aan het gesprek, gaven dan met meer gemak inzicht in hun gedachten en ervaringen.

Welbevinden

Veel studenten koppelen stoppen met roken aan gezondheid, energie en een beter leven. Typische uitspraken zijn: “Het is beter voor je gezondheid” en “Je voelt je fitter”. Toch is er ook een groep die bewust niet wil stoppen: “Ik ga niet stoppen, ik vind het gewoon lekker.” Voor deze studenten weegt het directe genot of het sociale aspect zwaarder dan de lange termijn effecten. Enkele studenten geven aan dat bewustwording, bijvoorbeeld via voorlichting over geld of gezondheid, hen zou kunnen helpen: “Door te laten zien wat het met je doet, ga je nadenken.”

Sociale steun

Behoefte aan sociale steun komt veelvuldig naar voren. Studenten noemen begeleiding, aanmoediging en een ‘stok achter de deur’ als helpende factoren. Citaten als “Begeleiding en iemand die me motiveert” en “Steun van ouders of vrienden zou helpen” illustreren dit en laten zien dat steun vanuit de directe omgeving als belangrijk wordt ervaren.

Daarnaast worden laagdrempelige vormen van hulp genoemd, zoals online ondersteuning of contactmomenten via chat: “Hulp op ieder moment van de dag, via chat of zo.” Er is een behoefte aan toegankelijke en continue ondersteuning, die aansluit bij het dagelijks leven van studenten.

Opvallend is dat sommige studenten aangeven dat samen stoppen het makkelijker maakt: “Met z’n tweeën stoppen helpt.” Sociale steun fungeert hierbij niet alleen als controlemechanisme, maar ook als gedeelde ervaring, waarbij gezamenlijke motivatie en betrokkenheid het stoppen met roken kunnen versterken.

Financiële middelen

De financiële component blijkt erg belangrijk te zijn. Veel studenten noemen de hoge kosten als reden om te willen stoppen: “Roken is duur” en “Van dat geld kun je beter iets leuks doen”.

Beloningen worden breed genoemd: “Geld”, “Nieuwe schoenen”, “Een rijbewijs”. Studenten waarderen concrete, tastbare prikkels boven symbolische beloningen. Sommigen koppelen stoppen direct aan besparing: “Ik wil stoppen zodat ik kan sparen voor iets groots.”

Vitaliteit

Hoewel vitaliteit minder vaak spontaan werd genoemd, leggen sommige studenten wel een duidelijke link tussen stoppen en een actiever leven. Zo schreef een student: “Gratis sportlessen zouden helpen.” En een ander: “Je krijgt meer lucht en energie.”
Deze uitspraken illustreren dat jongeren gezondheid niet alleen in termen van afwezigheid van ziekte zien, maar ook als het ervaren van fitheid, vrijheid en energie; wat aansluit bij de dimensie ‘meedoen en dagelijks functioneren’ binnen Positieve Gezondheid.

Gezondheidsvaardigheden

Een opvallend aantal studenten benoemt het belang van wilskracht, motivatie en zelfbeheersing: “Beter mezelf beheersen”, “Meer motivatie nodig”.

Meerdere studenten beschrijven hoe sterk gewoontegedrag is ingesleten: “Ik rook al ruim tien jaar, het is een gewoonte geworden.” Dit benadrukt dat stoppen niet alleen draait om kennis of intentie, maar om gedragsverandering op lange termijn. Een enkeling benoemt strategieën zoals “afleiding zoeken” of “mindset veranderen”, wat duidt op groeiend bewustzijn van eigen regie. Tegelijkertijd geven studenten aan dat zij behoefte hebben aan meer grip op hun eigen gedrag, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van strategieën om met trek, gewoontes en stress om te gaan. Studenten noemen daarnaast afleiding of vervangende activiteiten als helpend bij het stoppen. Dit wijst op een behoefte aan ondersteuning gericht op gedragsverandering en zelfregie, waarbij praktische vaardigheden een belangrijke rol spelen.

Mobiliteit (vrijheid en onafhankelijkheid)

De factor mobiliteit werd het minst genoemd, maar enkele studenten koppelden stoppen aan vrijheid en onafhankelijkheid, bijvoorbeeld in het niet langer afhankelijk zijn van sigaretten. “Geen eigen sigaretten meer kopen” of “Niet afhankelijk zijn van sigaretten”. Hoewel zeldzaam, laat dit zien dat stoppen voor sommigen samenhangt met een gevoel van eigen regie en zelfbeschikking.

Naast de analyse op basis van het CPHQ 2.0 kwam één aanvullend thema naar voren dat niet direct binnen één factor valt, maar wel relevant is voor het begrijpen van rookgedrag onder studenten: de beleving van het rookbeleid op school.

Beleving rookbeleid op school onder mbo-studenten

De meeste jongeren beoordelen het rookbeleid op school als goed of acceptabel, wat wijst op brede normalisering van een rookvrije schoolomgeving, met uitspraken als “Goed”, “Prima”, “Goed, rookvrij plein”. Tegelijkertijd noemen studenten praktische knelpunten, zoals het ontbreken van voorzieningen: “Jammer dat er geen rokersafdakje is” en “We moeten naar de overkant en hebben geen zitplekken”. Ook signaleren zij tegenstrijdigheden in de uitvoering, bijvoorbeeld door docenten die roken (“Veel docenten die roken”, “Docenten roken ook wel”) of het toestaan van rookpauzes (“We krijgen vaak rookpauzes dus het wordt wel een beetje gestimuleerd”).

Daarnaast kwam naar voren dat de zichtbaarheid van roken, ook tijdens voorlichtingsmomenten waarbij gebruik werd gemaakt van een rookrobot en sigaretten, reacties opriep bij studenten. Meerdere studenten gaven aan dat dit juist trek in een sigaret kon oproepen (“Ik krijg er zin in”) en maakten opmerkingen als “Jullie roken zelf ook”.

Tot slot gaven enkele jongeren aan behoefte te hebben aan meer voorlichting en ondersteuning in plaats van uitsluitend een verbod: “Beter preventie en voorlichting combineren met duidelijke regels.”

Samenvattend komt naar voren dat financiële motivatie, sociale invloed en gewoontegedrag de meest bepalende factoren lijken voor het rookgedrag van mbo-studenten. Stress en ontspanning spelen een rol, maar worden relatief minder vaak genoemd. Een deel van de jongeren geeft aan geen behoefte te hebben om te stoppen of ziet hier geen reden toe, wat wijst op een beperkte stopintentie binnen deze groep.

Studenten zien stoppen met roken als een persoonlijke uitdaging die nauw verweven is met hun sociale omgeving, leefstijl en dagelijkse gewoonten. Positieve prikkels, zoals financiële beloning, sport en vitaliteit, worden als kansrijk ervaren om motivatie te versterken. Met name de sociale omgeving, zoals vrienden en medestudenten die roken, lijkt een doorslaggevende rol te spelen in zowel het starten als het al dan niet stoppen met roken. Studenten geven daarnaast aan behoefte te hebben aan een consistente uitvoering van het rookbeleid en meer aandacht voor voorlichting en ondersteuning. Ze geven ook aan dat het rookbeleid op school over het algemeen als duidelijk en acceptabel wordt ervaren, maar dat er ook knelpunten zijn in de uitvoering, zoals docenten die roken en het toestaan van rookpauzes. Deze inzichten bieden concrete aanknopingspunten voor interventies binnen onderwijs en begeleiding, gericht op zowel gedragsverandering als het creëren van een rookvrije en ondersteunende leeromgeving.

 

 

 

 

 

 

 

Discussie

Deze verkennende studie laat zien dat stoppen met roken onder mbo-studenten wordt beïnvloed door een complex samenspel van factoren, waarbij vooral financiële motivatie, sociale invloeden en gewoontegedrag een bepalende rol spelen. In mindere mate kwamen stress en ontspanning naar voren.

De bevindingen sluiten aan bij bestaande literatuur waarin gedragsverandering bij roken wordt gezien als een proces dat sterk samenhangt met de sociale en contextuele omgeving [4-5]. Studenten beschrijven roken als onderdeel van sociale rituelen en beroepsculturen, met name in de zorgsector, waar roken tijdens pauzes nog vaak voorkomt. Daarnaast laten de resultaten zien dat sociale en omgevingsfactoren een belangrijke rol spelen in rookgedrag, wat het belang onderstreept van een consequent rookvrije schoolomgeving waarin gezond gedrag wordt ondersteund. In lijn met eerder onderzoek worden sociale invloeden en gewoontegedrag vaak genoemd als belangrijke factoren bij stoppen met roken [4-5]. Tegelijkertijd laat deze studie zien dat binnen de mbo-context financiële motivatie relatief sterk naar voren komt, wat minder expliciet wordt beschreven in eerdere studies. Dit benadrukt het belang van contextspecifieke factoren binnen deze doelgroep.

Daarnaast valt op dat veel studenten al op jonge leeftijd zijn begonnen met roken en het inmiddels als gewoontegedrag zien. Stoppen vraagt in die zin niet alleen om motivatie, maar ook om het ontwikkelen van vaardigheden voor zelfregie en stressregulatie. Het onderwijs kan hierin een cruciale rol spelen door ruimte te bieden voor gesprek, reflectie en ondersteuning, niet in de vorm van dwingende regels, maar via dialoog en coaching. Dit onderstreept dat interventies mogelijk effectiever zijn wanneer zij keuzevrijheid en zelfregie zichtbaar respecteren.

De koppeling met het CPHQ 2.0 laat zien dat stoppen met roken niet alleen een gezondheidsvraagstuk is, maar ook raakt aan thema’s als mentale ontspanning, sociale steun, financiële zelfstandigheid, vitaliteit en gezondheidsvaardigheden. Vooral de financiële dimensie blijkt een krachtige ingang om studenten te motiveren: het idee dat stoppen geld oplevert, spreekt direct aan en sluit aan bij hun leefwereld. Dit perspectief biedt kansen voor positieve en beloningsgerichte interventies in plaats van moraliserende benaderingen.

Beperkingen en sterke punten

Een beperking van dit onderzoek is dat in de rapportage voornamelijk de term ‘roken’ wordt gebruikt, terwijl in de dataverzameling ook het gebruik van e-sigaretten (vapen) is meegenomen. Hierdoor wordt het onderscheid tussen roken en het gebruik van e-sigaretten niet zichtbaar in de resultaten. Aangezien het gebruik van e-sigaretten onder jongeren een steeds vaker voorkomend nicotinegebruik is, kan dit leiden tot een minder volledig beeld van het totale gebruik en de bijbehorende motivaties en barrières.

De enquête bevatte open vragen die bewust kort en laagdrempelig waren, waardoor sommige thema’s niet diepgaand konden worden uitgevraagd. Daarnaast blijft de kans op sociaal wenselijke antwoorden aanwezig, zeker gezien de afname in een schoolcontext.

De resultaten geven bovendien een momentopname tijdens Stoptober; motivatie en houding kunnen op andere momenten van het jaar verschillen. In dit onderzoek is niet expliciet uitgevraagd of studenten actief deelnamen aan de Stoptober-campagne. Hierdoor is het onduidelijk in hoeverre de antwoorden zijn beïnvloed door een bestaande motivatie om te stoppen. Studenten met een stopintentie kunnen andere behoeften en barrières ervaren dan studenten zonder deze intentie, wat van invloed kan zijn op de interpretatie van de resultaten.

Daarnaast is het onderzoek uitgevoerd binnen één onderwijsinstelling met studenten vanuit mbo-opleidingen binnen de domeinen zorg, welzijn, pedagogiek en dienstverlening. Dit kan de generaliseerbaarheid beperken naar andere mbo-instellingen, andere studierichtingen of studenten in het hbo en wo. Tegelijkertijd sluiten de bevindingen aan bij bestaande literatuur over sociale en contextuele invloeden op rookgedrag, wat suggereert dat de resultaten deels breder toepasbaar kunnen zijn. Er zijn verschillende interventies ontwikkeld gericht op stoppen met roken, zoals gedragsgerichte begeleiding en groepsinterventies [8]. Deze sluiten vaak aan bij motivatie en sociale steun, maar zijn niet altijd specifiek afgestemd op de mbo-doelgroep. De resultaten van deze studie suggereren dat interventies meer rekening kunnen houden met praktische en contextgebonden factoren, zoals financiële motivatie en de rol van de sociale omgeving.

Het onderzoek werd niet vooraf geregistreerd (pre-registratie). Hoewel dit minder gebruikelijk is bij verkennend onderzoek, kan pre-registratie in toekomstig onderzoek bijdragen aan transparantie en reproduceerbaarheid.

De eenvoud en laagdrempeligheid van de onderzoeksmethode zijn een kracht. De grotere steekproef (n = 107) maakte patronen zichtbaar. De combinatie van een schriftelijke vragenlijst met korte gesprekken leverde rijke en oprechte reacties op, waarbij het voeren van het gesprek bijdroeg aan bewustwording onder studenten. Studenten gaven aan dat ze zich gehoord voelden en soms pas tijdens het invullen bewust nadachten over hun rookgedrag.

Aanbevelingen

De resultaten laten zien dat onderwijsinstellingen niet alleen een plek zijn om kennis over gezondheid te delen, maar ook een rol spelen in de sociale en fysieke omgeving waarin rookgedrag plaatsvindt. Studenten geven aan dat het rookbeleid over het algemeen duidelijk is, maar dat er behoefte is aan consistente uitvoering en meer aandacht voor voorlichting en ondersteuning. Het is daarom aan te bevelen om het thema stoppen met roken niet alleen te benaderen vanuit regels, maar ook vanuit begeleiding en gesprek, bijvoorbeeld binnen coaching en mentoraat, waarin studenten regelmatig begeleidingsgesprekken voeren met een studieloopbaanbegeleider. Hier kan leefstijl structureel worden besproken, bijvoorbeeld door het stellen van persoonlijke doelen, het bespreken van barrières en het bieden van passende ondersteuning bij stoppogingen. Daarnaast kunnen positieve prikkels helpen om motivatie te versterken. Denk aan kleine financiële beloningen of spaaracties, het aanbieden van sport- of vitaliteitsprogramma’s, of het zichtbaar maken van wat stoppen oplevert. Zulke benaderingen passen goed bij de mentaliteit van mbo-studenten, die vaak praktisch, resultaatgericht en sociaal betrokken zijn. De haalbaarheid van financiële prikkels vraagt om verdere verkenning, bijvoorbeeld in samenwerking met onderwijsinstellingen, gemeenten of zorgverzekeraars. Het is momenteel onduidelijk wie dergelijke interventies zou moeten financieren en in welke vorm dit duurzaam kan worden ingezet.

Daarnaast blijkt dat de sociale omgeving, waaronder medestudenten en docenten die roken, van invloed is op het rookgedrag van studenten. Ook worden tegenstrijdigheden in het rookbeleid genoemd, zoals het toestaan van rookpauzes en docenten die roken. Dit onderstreept het belang van een consistente en rookvrije leer- en stageomgeving.

Het is aan te bevelen om ook tijdens voorlichting terughoudend te zijn met visuele prikkels zoals sigaretten of afbeeldingen daarvan. Uit de bevindingen blijkt dat dergelijke prikkels, bijvoorbeeld het gebruik van een rookrobot, bij sommige studenten juist trek in een sigaret kunnen oproepen. Dit sluit aan bij de invloed van voorbeeldgedrag en zichtbaarheid van roken, zoals ook genoemd in relatie tot rokende docenten en medewerkers. Daarom is het van belang dat onderwijsinstellingen en stageplekken rookvrije omgevingen creëren, waarin gezonde keuzes worden ondersteund door voorbeeldgedrag van docenten en begeleiders.

Door studenten uit opleidingen als Sociaal Werk of Vitaliteitscoaching te betrekken bij vervolgonderzoek of begeleiding, kunnen zij als peers bijdragen aan het gesprek over stoppen met roken en hun eigen onderzoeks- en coachingsvaardigheden versterken.

De bevindingen roepen verschillende vragen op voor vervolgonderzoek. Zo is het relevant om nader te onderzoeken hoe verschillen in rookgedrag (bijvoorbeeld frequentie en duur van roken) samenhangen met motivatie en barrières om te stoppen. Daarnaast is het wenselijk om expliciet onderscheid te maken tussen roken en het gebruik van e-sigaretten, aangezien de onderliggende motivaties en sociale invloeden kunnen verschillen. Ook kan vervolgonderzoek zich richten op de effectiviteit van interventies binnen de onderwijscontext, zoals coaching, peer-support of beloningssystemen.

Tot slot vraagt effectief beleid om differentiatie: niet iedere student wil of kan op hetzelfde moment stoppen. Interventies die rekening houden met de verschillende stadia van gedragsverandering [10] vergroten de kans op succes.

 

Conclusie

Het bespreken van roken met studenten blijkt een waardevolle ingang voor bewustwording en het gesprek over rookgedrag, ook bij degenen die niet direct van plan zijn te stoppen. De resultaten laten zien dat vooral financiële motivatie, sociale context en gewoontegedrag het meest naar voren komen in relatie tot rookgedrag van mbo-studenten, terwijl stress en ontspanning een secundaire, maar nog steeds relevante rol spelen.

Tegelijkertijd bleek dat studenten meer open en eerlijk spraken over hun rookgedrag wanneer zij ruimte kregen voor eigen keuzes en niet het gevoel hadden overtuigd te moeten worden. Deze autonomie en gelijkwaardige dialoog lijken belangrijke voorwaarden voor effectieve voorlichting en begeleiding.

Door stoppen met roken te verbinden aan positieve doelen zoals vitaliteit, financiële zelfstandigheid en persoonlijke groei, kunnen onderwijsinstellingen bijdragen aan duurzame gedragsverandering. Het gebruik van de acht factoren van het CPHQ 2.0 biedt daarbij een waardevol kader om begeleiding beter af te stemmen op de leefwereld van studenten. Zo kan het mbo niet alleen bijdragen aan een rookvrije generatie, maar ook aan de bredere ontwikkeling van gezonde, veerkrachtige en zelfbewuste jongeren.

 

Referenties

[1] Brouwer, S., van der Wal, M., Heida, W., & Van Hogen-Koster, S. (2025). Leefstijltrends bij mbo-studenten 2013/2014–2023/2024: Tien jaar mbo in beeld. MBO-leefstijlmonitor/TestJeLeefstijl

[2] RIVM (z.d.). Hoe ongezond is roken? Beschikbaar op: https://www.rivm.nl/tabak/hoe-ongezond-is-roken (Geraadpleegd: 18 mei 2026).

[3] Rombouts, M., Morren, K., van Dorsselaer, S., Tuithof, M., Monshouwer, K. Peilstationsonderzoek Scholieren 2023. Roken. https://cijfers.trimbos.nl/scholierenmonitor/roken/roken-onder-scholieren/. Geraadpleegd op: 18 mei 2026. Trimbos-instituut, Utrecht.

[4] Stevens, G., Van Dorsselaer, S., Boer, M., De Roos, S., Duinhof, E., Ter Bogt, T., Van den Eijnden, R., Kuyper, L., Visser, D., Vollebergh, W., & De Looze, M. (2018). Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland (HBSC 2017). Trimbos-instituut. https://www.trimbos.nl/kennisbank/af1640-gezondheid-en-welzijn-van-jongeren-in-nederland/

[5] Madarasová Gecková, A., Stewart, R., van Dijk, J.P., Orosová, O., Groothoff, J.W., & Post, D. (2005). Influence of socio-economic status, parents and peers on smoking behaviour of adolescents. Eur Addict Res., 11(4): 204-9. doi: 10.1159/000086403. PMID: 16110228.

[6] Lochbuehler, K., Otten, R., Voogd, H., & Engels, R.C. (2012). Parental smoking and children’s attention to smoking cues. J Psychopharmacol., 26(7): 1010-6. doi: 10.1177/0269881112439254. Epub 2012 Feb 27. PMID: 22371194.

[7] Ussher, M., Kakar, G., Hajek, P., & West, R. (2016). Dependence and motivation to stop smoking as predictors of success of a quit attempt among smokers seeking help to quit. Addictive Behaviors, 53, 175-180. https://doi.org/10.1016/j.addbeh.2015.10.020

[8] Trimbos-instituut (z.d.). Stoptober. Geraadpleegd op 13 april 2026, van https://www.trimbos.nl/kennis/roken-tabak/campagnes-vooreen-rook-en-nicotinevrije-samenleving/stoptober/

[9] Huber, M., van Vliet, M., Giezenberg, M., Winkens, B., Heerkens, Y., Dagnelie, P.C., & Knottnerus, J.A. (2016). Towards a 'patient-centred' operationalisation of the new dynamic concept of health: a mixed methods study. BMJ Open, 6(1):e010091. doi: 10.1136/bmjopen-2015-010091. PMID: 26758267; PMCID: PMC4716212.

[10] Prochaska, J.O., & DiClemente, C.C. (1983). Stages and processes of self-change of smoking: Toward an integrative model of change. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 51(3), 390–395. https://doi.org/10.1037/0022-006X.51.3.390

[11] Boelens, M., Roumen, C., Bloemen-van Gurp, E.J., Dierx, J., Nahar-van Venrooij, L.M., van Zutphen, T., … & Spreeuwenberg, M.D. (2025). Stakeholder and end-user perspectives to improve the Context-sensitive Positive Health Questionnaire (CPHQ) to measure broad health [Preprint]. medRxiv. https://doi.org/10.1101/2025.08.01.25332588

[12] Doornenbal, B.M., van Zutphen, T., Beumeler, L.F.E., Vos, R.C., Derks, M., Haisma, H., van den Akker-van Marle, M.E., & Kiefte-de Jong, J.C. (2024). Development and validation of a context sensitive Positive Health Questionnaire (CPHQ): A factor analysis and multivariate regression study. Journal of Patient-Reported Outcomes, 8(1), 44. https://doi.org/10.1186/s41687-024-00718-8

[13] Dubbeldeman, E.M., Boelens, M., Bloemen-van Gurp, E.J., Dierx, J., Spreeuwenberg, M.D., & Kiefte-de Jong, J.C. (2025). A longitudinal psychometric evaluation of a context-sensitive Positive Health Questionnaire for measuring broad health in Dutch adults [Preprint]. medRxiv. https://doi.org/10.1101/2025.08.23.25334290

 

Auteurs

Judith Schutte MSc is als docent-onderzoeker verbonden aan het practoraat Gezondheid, Sport en Bewegen van Landstede MBO en werkt daarnaast als docent bij de Doorstartklas van Landstede.
Dr. Sandra van Hogen-Koster is practor bij het practoraat Gezondheid, Sport en Bewegen van Landstede MBO en werkt daarnaast als hoofddocent-onderzoeker bij Hogeschool Saxion.