Ga naar de inhoud

Zal de straat het overnemen?

We blijven ‘aan de weg timmeren’, zoals dat heet, om met ons tijdschrift zorgverleners, onderzoekers en zeker ook ervaringsdragers een forum te bieden om te reflecteren over verslaving, preventie en herstel. We hebben de tijdsgeest niet mee, al wisselt dat hopelijk snel. Zowel in Vlaanderen als in Nederland, waar er van overheidswege voortdurend bespaard moet worden, verschuift de betekenis van deze ingrepen naar een miskenning van het lijden van onze cliënten en het belang van sommige werkvormen. Zo heeft in België de minister van Maatschappelijke Integratie voor mensen met de diagnose verslaving het leefloon gekoppeld aan de verplichting om hulp te zoeken. Hulp die er onvoldoende is, of niet omvattend genoeg, voor mensen die niet enkel verslaafd zijn, maar ook ziek, dakloos en erg gemarginaliseerd – en dat nu ook zullen blijven.

In het vorige nummer van dit tijdschrift werd al gesproken over de sluiting van zorginstelling De Skuul op Texel. De afgelopen maanden vernamen we dat in Nederland de subsidiekraan wordt dichtgedraaid voor stichting Mainline, die het al 36 jaar opneemt voor met name gemarginaliseerde drugsgebruikers. De overheden van vandaag hebben te weinig oor voor wat deskundigen – zowel wetenschappers als ervaringsdeskundigen – hun zeggen, terwijl ze met de handen in het haar zitten wat betreft de opkomst van nieuwe epidemieën van goedkope, maar zeer verslavende en marginaliserende drugs zoals crack-cocaïne, synthetische cathinonen (‘flakka’), ketamine en de illegale markt van pregabaline (Lyrica). De straat zal het overnemen…

In dit nummer vind je vier ervaringsverhalen die hiermee verband houden. ‘Tussen straat en zorg’ is er één van; een ander ervaringsverhaal gaat specifiek over ketaminegebruik. De twee andere beschrijven dan weer hoe moeilijk het is om de juiste zorg te vinden. Daarnaast bieden we in dit nummer praktijkervaring, een wetenschapsartikel en een casus.

We beginnen dit nummer zoals gewoonlijk met een column van Arnt Schellekens, met een pleidooi om jongeren en gebruikers bij preventie te betrekken.

Vervolgens is het woord aan de verslavingsartsen Gerard Alderliefste en Sebastiaan Verboeket. Zij bespreken de symptomatologie, etiologie, diagnostiek en behandeling van persisterende waarnemingsstoornissen (HPPD) na het gebruik van partydrugs (MDMA en cannabis). Dit zijn klachten die werden opgepikt bij het Landelijk Medisch Spreekuur Partydrugs (LMSP). De symptomen omvatten onder meer vervormingen in het gezichtsveld, halo’s rondom objecten, ‘visual snow’ (oogruis) en depersonalisatie/derealisatieklachten die lang na gebruik aanhouden. Ze concluderen dat een herstelproces, met een vermindering of het verdwijnen van klachten als resultaat, mogelijk blijft.

Vervolgens presenteren Sandra Koster en Judith Schulte een verkennende studie naar de motivaties, barrières en behoeften rond stoppen met roken bij mbo-studenten tijdens de Stoptober-campagne. Daaruit blijkt dat vooral financiële motivatie, sociale invloeden en gewoontegedrag een bepalende rol spelen, en dat gedragsverandering sterk samenhangt met de sociale en contextuele omgeving.

Megan Davina, Sofie Lorijn en Remmelt Veenema analyseren een casus die illustreert hoe de impact van stigma een geïnternaliseerd gevoel van ‘anders zijn’ geeft, waarbij mensen negatieve stereotypen op zichzelf gaan toepassen. De casus situeert zich rond een opname in een forensische kliniek naar aanleiding van onbegrepen gedrag. Hierbij was de communicatie grotendeels gericht op risicobeheersing en nauwelijks op herstel en betekenisgeving. Het ging er heel anders aan toe in de ‘Herstelruimte’, een laagdrempelige, informele ontmoetingsplek waar mensen met een psychische kwetsbaarheid welkom zijn zonder diagnose, verwijzing of indicatie. Vrijwilligers met ervaringskennis bieden er een omgeving die bewust losstaat van hiërarchie en hulpverleningsstructuren. Deze casus laat zien dat stigma een relationeel proces is.

Het eerste ervaringsverhaal, ‘Van schaamte naar herstel: de impact van de herstelruimte’ door Remmelt Veenema, sluit hier uiteraard bij aan. Ook het verhaal van Sipko de Boer, ‘Tussen straat en zorg’, bekijkt de institutionele verschillen op het vlak van herstel en de evolutie hiervan in de tijd. Het is een persoonlijke terugblik op zijn verslaving in een periode waarin het straatleven, de jeugdcultuur en de zorg in Den Haag met elkaar verweven waren. Verslaving werd toen niet uitsluitend opgevat als een psychiatrische stoornis, maar als een sociaal-medisch vraagstuk waarin welzijnswerk, maatschappelijke integratie en medische zorg naast elkaar stonden. “Wat ooit collectief welzijnswerk was, is deels verschoven naar een zorgmarkt.” De auteur eindigt met een prachtige typering van herstel als “het vinden van een bedding”.

Het derde ervaringsverhaal gaat over een ketamineverslaving. Mona De Meester vertelt over haar ervaringen met deze drug, die aan een snelle opmars bezig is in zowel Vlaanderen als Nederland. Mona is inmiddels ervaringswerker in het liaisonteam voor illegale middelen in de regio Noord-West-Vlaanderen (NOWE). Ze illustreert hoe ze bleef gebruiken, ondanks het lijden door de fysieke schade die het middel aanrichtte: “Het was een combinatie van de constante aanwezigheid van de drug in de vriendengroep en mijn eigen verlangen naar de rust die het middel bood bij de juiste dosering.”

Ten slotte is er het verhaal van Daniël Hertsenberg, opgetekend door Martinus Stollenga en Gert de Haan. Daniëls weg naar herstel was geplaveid met tegenslag en terugval, maar ook met doorzettingsvermogen en uiteindelijk een maatschappelijk engagement als ervaringsdeskundige op een PAAZ. De interviewers vragen Daniël ook hoe de ideale verslavingszorg er volgens hem zou uitzien.

We sluiten dit nummer zoals gewoonlijk af met de rubriek ‘Abstract verpakt’, met nieuws uit internationaal onderzoek.

Elke jaargang plannen we een themanummer; doorgaans is dat het eerste nummer van de nieuwe jaargang (verschijningsdatum 15 maart). Voor 2027 koos de redactieraad het thema ‘Schadebeperking (harm reduction) bij verslaving en herstel’. Dit is een oproep voor inzendingen, die ons uiterlijk op 15 november van dit jaar moeten bereiken.

Paul Van Deun, hoofdredacteur